26 april 2014 : Cambrai – Saint-Quentin (51 km) 3de etappe naar Parijs

3de etappe van de tocht naar Parijs : van Cambrai naar Saint-Quentin

Cambrai was de aankomstplaats van de vorige etappe, dus ook meteen onze startplaats van de 3 de etappe met bestemming Saint-Quentin. We verlaten dus vandaag de regio Nord-Pas-de-Calais en komen in Picardië (departement Aisne).
We moesten vroeg uit de veren want om 6h vertrok de trein vanuit Saint-Quentin naar Cambrai zodat we rond 7h de tocht konden aanvatten.
We dronken eerst nog een koffie en aten een croissant en daarna leidde de GPS ons doorheen de nog “slapende” stad. De kaarsrechte D76 bracht ons door het golvende landschap tot Crèvecoeur-sur-l’Escaut. De Schelde die wat verder ontspringt is hier amper een beek. Via Les Rues-des Vignes (Archéo’site) stapten we verder door de vallei van de bovenschelde tot bij de abdij van Vaucelles, ooit één van de grootste cisterciënzer abdijen in Europa. Voor we de gebouwen van de abdij bereikten, passeerden we nog een overgebleven uitkijktorentje (échauguette). Het golvende landschap was prachtig en mooi geel gekleurd door de bloeiende koolzaadvelden.
We hielden na 18km een eerste stop in een Bar/Tabac (Le 421) in Honnecourt-sur-Escaut, dat we bereikten via Bantouzelle. Hier waren we in 2010 ook reeds gestopt toen we in deze streek kwamen wandelen. In het café raadden ze ons aan om langs de boorden van het Canal de Saint-Quentin verder te trekken naar Vendhuile. We volgden het advies op en via Vendhuile vervolgden we onze tocht tot Bony. We waren hier ongeveer halverwege. We moesten iets van ons parkoers afwijken om tot bij het “Somme American Cemetrey” te komen. In het mooie en vredige landschap liggen hier 1844 Amerikaanse sodaten begraven die hier in september 1918 sneuvelden bij het doorbreken van de Hindenburglinie, waarachter de Duitse troepen zich hadden teruggetrokken. Via de D442 stapten we verder naar Le Mont-St-Martin (vroegere abdij). Tussen Bony en de Route Nationale ligt het Canal de Saint-Quentin in een bijna 6 km lange tunnel (Souterrain de Riqueval) in de ondergrond begraven. Deze tunnel werd in 1810 door Napoleon geopend. De Duitse troepen gebruikten deze tunnel tijdens WOI als schuilplaats. Achter de ruïnes van de abdij van Mont-Saint-Martin ligt de bron van de Schelde. Aangezien de bron wat verder van ons parkoers lag en we deze in 2010 reeds hadden bezocht (Le Catelet 29 mei 2010), besloten we onmiddellijk verder te stappen naar Bellicourt. Hier hoopten we wat langer te kunnen pauzeren en ons proviand te kunnen gebruiken. Ondertussen moesten we onze regenvest  en paraplu bovenhalen want we kregen een eerste aangekondigde regenbui over ons.
In een café langs de RN in Bellicourt (na 33 km) konden we een 45´rusten.
Na de stop kwamen we weldra bij het Musée du Touage (Riqueval). De boten worden door de tunnel getrokken door een kettingsleepboot. Hier komt het Canal opnieuw uit de tunnel. Langs de boorden van het Canal en het lange natte gras, waardoor onze schoenen doorweekt waren, kwamen we bij Bellenglise. Nadat we onder de Autoroute des Anglais waren gestapt, begonnen we aan de laatste rechte lijn (van 7km) naar Saint-Quentin via de D73 en de D732 en passeerden we nog Pontruet en Gricourt. Ondertussen werden de hemelsluizen opnieuw geopend en gewapend met onze paraplu kwamen we bij onze bestemming. We stapten doorheen de stad en bewonderden de basiliek en het mooie stadhuis en ik maakte nog van dichtbij kennis met de harde straatstenen van de stad, gelukkig zonder erg.
Na een koele, frisse pint keerden we huiswaarts. Volgende week vervolgen we onze tocht en staat de etappe van Saint-Quentin naar Noyon geprogrammeerd.

De route op RouteYou : van Cambrai naar Saint-Quentin 26 april 2014

Enkele foto’s : Cambrai – Saint-Quentin 26 april 2014
Foto’s van Patrick : Cambrai – St-Quentin

 

Facebooktwittergoogle_pluspinterestlinkedinmail

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *